In de jaren dat wij infrastructuurprojecten begeleiden, hebben we een patroon gezien dat zich telkens herhaalt: bedrijven die een cloudmigratie plannen op basis van de technische complexiteit, terwijl de werkelijke risico’s zich meestal elders bevinden.
De meest onderschatte factor is afhankelijkheid tussen systemen. Een applicatie die op het eerste gezicht op zichzelf staat, blijkt bij nadere inspectie vaak verweven met vijf of zes andere systemen — een verouderde koppeling hier, een handmatige export daar. Deze afhankelijkheden worden zelden volledig gedocumenteerd, en duiken pas op tijdens de migratie zelf, wanneer ze het duurst zijn om op te lossen.
Een tweede terugkerend probleem is de planning zelf. Veel migratietrajecten worden gepland alsof elke stap perfect zal verlopen, zonder marge voor de onvermijdelijke complicaties. Wij plannen standaard twintig tot dertig procent extra tijd in voor onvoorziene afhankelijkheden — niet omdat we pessimistisch zijn, maar omdat de data van eerdere trajecten dat rechtvaardigt.
De derde factor is menselijk, niet technisch: onvoldoende betrokkenheid van de eindgebruikers tijdens de planningsfase. Een migratie die technisch perfect verloopt, maar waarbij het team dat er dagelijks mee moet werken niet is voorbereid, leidt alsnog tot weken van productiviteitsverlies na de livegang.
Onze aanpak begint daarom altijd met een grondige inventarisatie van afhankelijkheden, gevolgd door een planning met realistische marges, en een communicatietraject dat parallel loopt aan de technische voorbereiding — niet erna.